Schuldige domeinnamen
Verschenen in Computerrecht 2003-3, p. 186.

L.F. Asscher


 

De domeinnamen www.amsterdam.com en www.whitehouse.com leiden allebei naar pornografie. Dit kan ondanks de capriolen van Clinton en de internationale bekendheid van de Wallen als misleidend worden ervaren. Zo kán het ertoe leiden dat onschuldige en nietsvermoedende minderjarigen naar sites met onzedelijk materiaal worden gelokt. Om dit te voorkomen, introduceerde de republikeinse senator Mike Pence onlangs een bepaling die een ieder die met onschuldig klinkende domeinnamen minderjarigen met “material harmful to minors” dreigt te confronteren, een straf in het vooruitzicht stelt van twee tot vier jaar. Dit onderdeel van de Child Abduction Prevention Act (antikinderkidnappingwet) werd met overweldigende meerderheid aangenomen. Maar ook het onder valse voorwendselen lokken van volwassenen naar obscene informatie is strafbaar. [1]

Nergens wordt duidelijk wanneer een domeinnaam zo misleidend is dat er sprake is van strafbaarheid. Als de aanbieder de woorden sex of porn in de domeinnaam opneemt, gaat hij in ieder geval vrijuit. Wie younggirls.com intikt komt precies dat tegen, zij het dat de dames meerderjarig zijn en schaars gekleed. Dit is Pence een doorn in het oog, maar is er ook sprake van misleiding? Gevolg van de wet zal zijn dat iedere aanbieder van indecent materiaal gedwongen wordt het woord “sex” of “porn” in zijn domeinnaam op te nemen om het risico van vervolging uit te sluiten.

Het onderscheid tussen indecente en obscene informatie komt in Europese ogen enigszins gekunsteld over. Het is echter in het Amerikaanse recht belangrijk, aangezien obscene informatie (c.q. 'harde porno') van bescherming door het First Amendment is uitgesloten, terwijl indecente (softere) informatie wel degelijk door de vrijheid van meningsuiting beschermd wordt. [2] Een complicatie is ook dat niet eenduidig vaststaat, wanneer het informatieaanbod als schadelijk voor minderjarigen kan worden aangemerkt. Hierover verschillen de meningen ook tussen de Amerikaanse staten onderling. Het systeem van verschillende community values komt door Internet onder druk te staan. [3]

Hoewel indecente informatie door de uitingsvrijheid wordt beschermd, mogen maatregelen genomen worden om minderjarigen te beschermen tegen de schadelijke invloed van dergelijke informatie. Dit mag er echter niet toe leiden dat de ontvangstvrijheid van volwassenen wordt beperkt. In de befaamde Reno v. ACLU uitspraak van het Amerikaanse Supreme Court werd een eerdere poging het net te kuisen ongrondwettig verklaard. [4] Ook toen was het – in de Communications Decency Act (CDA) - te doen om de bescherming van minderjarigen. Aanbieders van indecente informatie waren aansprakelijk voor eventuele toegang tot die informatie van minderjarigen. Daardoor werden ze feitelijk gedwongen de indecente informatie ook aan volwassenen te onthouden, hetgeen een chilling effect op de uitingsvrijheid betekent.

Het Amerikaanse parlement kwam onmiddellijk met een alternatief, de Child Online Protection Act (COPA), ook wel CDA II genoemd. Hierin was geprobeerd aan de bezwaren tegen CDA I tegemoet te komen. Het gebruik van zoneringstechniek werd voorgeschreven om kinderen buiten de gevarenzone van de indecency te houden. COPA had echter, net zoals CDA, het neveneffect dat ook aan volwassenen de toegang tot weliswaar indecente, maar beschermde informatie werd onthouden. Het Supreme Court liet daarom het oordeel van de lagere rechter dat COPA ongrondwettig was in stand. [5]

In beide CDA zaken is veel gesproken over filtering als alternatief voor censuur. Filtering heeft het voordeel van de zelfregulering boven overheidscensuur en kan door de consument zelf worden ingeschakeld. Toch zijn er ook serieuze bezwaren. Een door de overheid opgelegde verplichting te filteren, kan gezien worden als een vorm van opgelegde zelfcensuur. Bovendien werkt filtering per definitie nogal grof. Het woord doet vermoeden dat alleen ongewenste informatie wordt uitgefilterd, maar in werkelijkheid worden de websites waarop ongewenste informatie kan worden aangetroffen, geheel geblokkeerd. De zuiveringsprogramma's van het web werken ook vaak met zwarte lijsten waarop verboden sites prijken. Om allerlei redenen houden de makers van de programmatuur die zwarte lijsten liever geheim. Het feit dat daardoor ongestraft ook de webadressen van concurrenten of criticasters van de software kunnen worden uitgesloten, is mooi meegenomen.

Wie denkt dat alleen puriteinse Amerikanen dit soort maatregelen treffen, heeft het mis. Ook in Nederland gaan al jarenlang stemmen op om het zedelijk niveau van het net wat te verbeteren. Opvallend genoeg zijn vormen van geschoond Internet zoals bijvoorbeeld EOnet nooit een doorslaand succes geworden. In Duitsland waar men geweld voor kinderen gevaarlijker acht dan porno – en zeker na het schoolschietincident bij Erfurt - wordt een zwarte lijst van computerspellen bijgehouden. Webtijdschrift Netkwesties trok de adequate vergelijking met de Rooms-Katholieke Index, de lijst van verboden boeken. [6] Om te voorkomen dat de verboden waar voor jongeren extra aantrekkelijk wordt, overweegt het ministerie van gezinszaken de inhoud van de lijst geheim te houden. Dit zorgt er echter ook voor dat volwassenen een verbod niet meer kunnen aanvechten bij de rechter en zorgt voor een aardige parallel met de filtersoftware.

Bovenstaande initiatieven kunnen interessante rechtspraak opleveren. De Europese norm van artikel 10 EVRM is nog niet toegepast op een vergelijkbare Internetcasus. Als dat gebeurt zal het EHRM moeten aangeven hoeveel ruimte een lidstaat als Duitsland heeft om met dergelijke zwarte lijsten te werken. [7] De Pence bill zou het wel eens kunnen schoppen tot het Amerikaanse Supreme Court. De vage en verstrekkende strafbaarstelling kan dan problemen opleveren. Beperkingen op de uitingsvrijheid moeten precies zijn toegesneden - narrowly tailored –op een belangrijk sociaal doel – pressing social need. Zedelijkheidsmaatregelen met betrekking tot de omroep worden weliswaar minder kritisch beoordeeld, inmiddels is uitgemaakt dat het Internet eerder langs de strenge meetlat van de persvrijheid moet worden beoordeeld.

De effecten van de Pence wet zullen zich overigens ook in zekere zin uitstrekken tot Nederland. Het geldingsbereik is zo gekozen dat ook .be of .nl onder de bepaling vallen. De makers van www.zeventien.nl dienen zich zorgen te maken...


[1] Pence Bill amendement bij CAPA, An Act to prevent child abduction and the sexual exploitation of children, and for other purposes, S. 151.

[2] Vgl. A.J. Nieuwenhuis, Over de grens van de uitingsvrijheid, Nijmegen: Ars Aeequi Libri 1997, H. 5.

[3] Vgl. L.F. Asscher, Communicatiegrondrechten, Amsterdam: Otto Cramwinckel 2002, p. 195.

[4] US Supreme Court, 26 juni 1997 (Reno v ACLU), 96-511.

[5] US Supreme Court 13 mei 2002 ( Ashcroft v ACLU ), 00-1293.

[6] Netkwesties.nl, editie 58, april 2003.

[7] Vgl over grensoverschrijdende censuur E.J. Dommering, 'Grensoverschrijdende censuur: het EHRM en oude en nieuwe media', Censures/Censuur, Larcier België, 16 mei 2003


Geplaatst 01.09.2003