Zoekresultaten

Blader door alle records: alle velden: "*"

AuteurR. Ruiter
TitelNeurocognitieve stoornissen bij depressie.
BegeleiderH. van Dis
Jaar2004
FaculteitFaculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen
Instituut/afd.FMG: Afdeling Psychologie
SamenvattingSamenvatting Het doel van deze scriptie is inzicht te krijgen in de neurocognitieve stoornissen die optreden bij depressie. Om tot dit inzicht te komen wordt uitgegaan van een neuropsychologisch model dat de cognitieve functies van hersengebieden beschrijft. Met behulp van dit model kunnen de neurocognitieve stoornissen bij depressie worden voorspeld op basis van de neuroanatomische afwijkingen die bij depressie worden gevonden. Vervolgens kunnen deze voorspellingen worden getoetst met neurocognitieve testgegevens. Uit het neuroanatomische onderzoek komen afwijkingen naar voren in dorsolaterale corticale gebieden (prefrontale en inferieure pariëtale cortex), de ventromediale frontaallob (ventrale gyrus cinguli anterior en orbitale frontale cortex), de gyrus cinguli anterior (dorsaal) en de nucleus caudatus. Van de 10 voorspellingen die op basis hiervan worden gedaan komen er echter slechts 2 duidelijk uit. Dit betreft stoornissen in de aandacht en de "volitie" (een executieve functie). Stoornissen in de visuoconstructie, (hogere) taalprocessen, de "executieve functie" en het geheugen vinden gedeeltelijke bevestiging. Op grond van deze resultaten wordt geconcludeerd dat de voorspelde neurocognitieve stoornissen niet uitkomen. Voor de verwerping van de voorspellingen worden 2 mogelijke verklaringen gegeven: de heterogeniteit van depressie en onnauwkeurigheid van het neuropsychologische model. Depressieve patiënten kunnen van elkaar verschillen in symptomatologie, etiologie, natuurlijk verloop en pathogenese. Maar als depressie zelf geen homogeniteit is, is het niet waarschijnlijk dat er wel homogene neurocognitieve stoornissen worden gevonden. Als oplossing voor dit probleem wordt gesuggereerd dat verder onderzoek naar de pathogenese van depressie van cruciaal belang is. Een mogelijke onnauwkeurigheid van het neuropsychologische model kan hierin liggen, dat het model de neurocognitieve functies vrij strikt localiseert. Theoretisch is deze aanname niet zonder problemen. Een handvat kan hier worden geboden door het Resources model, dat cognitieve functies niet zozeer in kwalitatieve termen beschrijft, maar in kwantitatieve. Het Resources model introduceert termen als inspanning en complexiteit. Deze variabelen lijken bij depressie een belangrijke rol te spelen. Helaas zijn deze variabelen nog niet duidelijk gedefinieerd en in het laatste deel van de scriptie wordt een poging gedaan resources te definiëren.
Soort document scriptie
Download bestand