Zoekresultaten

Blader door alle records: alle velden: "*"

AuteurC.F.M. de Vries
TitelSubjectieve verwijtbaarheid: een toets om de onrechtmatigheid van het faciliteren van auteursrechtinbreuken te beoordelen
BegeleiderC.A. Alberdingk Thijm
Jaar2011
Pagina's87
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
OpleidingFdR MA Informatierecht
TrefwoordenInformatierecht; faciliteren auteursrechtinbreuken; criteria; toets; peer-to-peer
SamenvattingDe komst van het internet heeft revolutionaire veranderingen teweeggebracht, met name voor het auteursrecht, dat traditioneel niet is ingesteld op de digitale exploitatie van werken. Op een groot deel van de informatie die op internet beschikbaar is, rusten immers auteursrechten. Populaire websites als Google en Wikipedia bieden toegang tot eindeloos veel informatie, waarvan een deel auteursrechtelijk beschermd is. YouTube maakt het voor een ieder mogelijk om (inbreukmakende) filmpjes online te zetten. Via advertentieplatform Marktplaats kunnen gebruikers een veelheid aan (auteursrechtelijk beschermde) artikelen verhandelen. Bovendien kan men – en met name hierop wordt in de scriptie uitgebreid ingegaan – muziek en films downloaden. Van illegale “file-sharing” via peer-to peer netwerken (waaronder Kazaa, Limewire en BitTorrent) wordt gigantisch veel gebruik gemaakt, tot ongenoegen van de auteursrechthebbenden, die toezien hoe hun werken op zeer grote schaal gekopieerd en verspreid worden, zonder toestemming en zonder vergoeding. De centrale vraag in deze scriptie is onder welke omstandigheden – en aan de hand van welke criteria – een internetdienstverlener aansprakelijk kan worden gesteld voor het “faciliteren van auteursrechtinbreuken”. Zowel in Nederland als in de Verenigde Staten heeft inmiddels een reeks interessante rechtszaken plaatsgevonden tegen de aanbieders van P2P-software en aanverwante dienstverleners als (mp3)zoekmachines, torrentwebsites, indexeringssites en webwinkels. De scriptie bevat daarom een uitvoerige bespreking (en vergelijking) van de relevante Nederlandse en Amerikaanse rechtspraak en een kritische analyse van de criteria die uit deze rechtspraak volgen. In dit verband wordt bovendien ingegaan op de precieze rol van het aansprakelijkheidsuitsluitingsregime van de Europese richtlijn Elektronische handel (in Nederland geïmplementeerd in artikel 6:196c BW) en haar Amerikaanse – zeer vergelijkbare - variant, de DMCA. Uit deze vergelijking wordt geconcludeerd dat de rechterlijke macht in beide rechtsstelsels worstelt met de criteria om onrechtmatigheid vast te stellen en de juiste toepassing daarvan. De gehanteerde criteria zijn allemaal relevant, maar wat ontbreekt is een werkbare toets, die de uitkomst van toekomstige zaken tegen “facilitators” van auteursrechtinbreuken – zowel voor de aanbieders van technologie als auteursrechthebbenden – voorspelbaar maakt. In deze scriptie wordt een nieuwe toets (onder de noemer “subjectieve verwijtbaarheid”) geformuleerd om de aansprakelijkheid van internetdienstverleners te beoordelen. Alhoewel het haast onmogelijk lijkt om een toets op te stellen die technologieaanbieders in alle gevallen vooraf zekerheid biedt, zal de in deze scriptie geformuleerde toets in veel gevallen leiden tot bevredigende resultaten en rechters in staat stellen de “goede” internetdienstaanbieders te onderscheiden van de “slechte”.
Soort document scriptie master
Download bestand