Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FNWI" en publicatiejaar: "2006"

AuteurPaul Bakker
TitelThe Framework Productivitity Measurement Method. Meten van de productiviteitwinst bij het gebruik van een webframework
BegeleidersJurgen Vinju, Ronald Verduin
Jaar2006
FaculteitFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
Instituut/afd.FNWI: Instituut voor Informatica
OpleidingFNWI MSc Software Engineering
SamenvattingInfo Support B.V. moet bij klanten advies kunnen geven over het al dan niet gebruik van het JSF framework. JSF is onderdeel van de JEE 5 specificatie en is een framework voor component gebaseerde webontwikkeling. Een van de belangrijkste vraagstukken bij het geven
van zulk advies, is welke invloed JSF heeft op de productiviteit van een ontwikkelaar in verhouding tot andere webframeworks.
Om antwoord te vinden op het productiviteitsvraagstuk, is er een methode ontwikkeld waarmee de productiviteitswinst van een webframework kan worden gemeten. De ontwikkelde methode, de Framework Productivity Measurement Method, is zo ontwikkeld dat de resultaten van FPMM zo veel mogelijk onafhankelijk zijn van het niveau van de ontwikkelaar die de methode gebruikt. Om dit mogelijk te maken wordt een framework met FPMM geëvalueerd op basis van een vergelijking met een referentie framework.
Een ander belangrijk punt van FPMM is dat de evaluatie van een framework niet is gebaseerd op een architecturale analyse, maar op een praktijk test. Uitspraken doen over de productiviteitswinst
die een framework biedt op basis van de architectuur van een framework is niet realistisch. Een goed ontworpen architectuur is nog geen garantie voor een hoge productiviteit.
De praktijktest wordt gedaan door een gespecificeerde testapplicatie te implementeren, zowel met het te evalueren framework, als met het referentie framework. Hierbij wordt de gebruikte tijd vastgelegd. Na de implementatie met beide frameworks wordt er geanalyseerd wat het
verschil is tussen de meetwaarden van beide frameworks. Op basis hiervan zal blijken dat er met framework A, N keer productiever kan worden gewerkt dan met framework B.
Bij het implementeren van de testapplicatie, wordt tijd besteed aan debuggen en research niet meegeteld als ontwikkeltijd. Debuggen is een niet te vermijden onderdeel uit het software constructie proces, maar is teveel afhankelijk van de ervaring van een ontwikkelaar, en de
ervaring met een specifieke techniek. Als debug tijd zou worden meegeteld als ontwikkeltijd, is het niet mogelijk uitspraken te doen over de productiviteit, onafhankelijk van de ervaring van de ontwikkelaar die de evaluatie doet. Dit zou de resultaten van de evaluatie veel minder bruikbaar maken.
Om antwoord te kunnen geven op de vraag van Info Support B.V., is FPMM toegepast in een casestudy waarbij het JSF framework is geëvalueerd. Deze casestudy kan worden gezien als een voorbeeld van het gebruik van FPMM.
In de casestudy is het Spring WebMVC framework gebruikt als referentie framework, omdat hier veel ervaring van aanwezig is. Uit de casestudy blijkt dat de meeste onderdelen van de testapplicatie met een factor 1,5 sneller geïmplementeerd konden worden dan met Spring
WebMVC. Dit is een significante winst en is zeker een overtuigend argument om JSF te adopteren in een project. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de iets steile leercurve van JSF die veroorzaakt wordt door het vrij complexe component model waar JSF
op gebaseerd is.
Door de component gebaseerde manier van werken, wordt er enige flexibiliteit ingeleverd met betrekking tot de layout van pagina’s. Dit kan in bepaalde typen applicaties nadelig zijn, bijvoorbeeld bij applicaties waar een geavanceerde layout noodzakelijk is. Per project kan er een afweging worden gemaakt of dit punt zwaarder weegt dan de productiviteitswinst die JSF biedt bij het implementeren van andere onderdelen van de applicatie.
Soort document scriptie master
Download bestand