Query:
faculty: "FMG" and publication year: "2004"
| Author | M. Meijssen | | Title | "De rol van het "ZELF" bij trauma: een perspectief van uit de zelfpsychologie |
| Supervisor | R.W. Trijsburg |
| Year | 2004 |
| Faculty | Faculty of Social and Behavioural Sciences |
| Institute/dept. | FMG: Afdeling Psychologie |
| Abstract | In deze scriptie werd geprobeerd om een antwoord te vinden op de vraag hoe het 'Zelf' vanuit een zelfpsychologisch perspectief beschadigd raakt bij een traumatische gebeurtenis en op de vraag welke bijdrage de zelfpsychologie kan leveren bij de behandeling van trauma. Trauma blijkt veel aspecten van het functioneren te raken. Bij de tegenwoordige behandelingen van trauma is een centrale rol weggelegd voor de impact van een traumatische gebeurtenis op het geheugen. Veranderingen die plaatsvinden in het gedrag en in het ervaren van de persoonlijke identiteit (waaronder het 'Zelf'), spelen daarin bijna geen rol. Dit zou een mogelijke verklaring kunnen zijn voor de onbevredigende resultaten bij de behandeling van PTSS. Binnen de psychologie blijken vele definities van het 'Zelf' te bestaan, en ook blijkt de terminologie sterk verschillend. Dit bemoeilijkt onderzoek naar de rol van het 'Zelf' bij trauma. Ondanks de vele verschillen lijkt er consensus te zijn over het idee dat het 'Zelf' altijd wordt beïnvloed door anderen: een puur zelf, dat bestaat zonder invloed van anderen lijkt onmogelijk. Binnen de psychoanalyse wordt trauma gezien als het gevolg van overprikkeling in de vroege jeugd. Heinz Kohut stelde hierbinnen de beschadiging van het 'Zelf' centraal. Hij zag het 'Zelf' als een op zichzelf staande structuur, bestaande uit twee onbewuste configuraties: het grandioze zelfbeeld en het geïdealiseerde ouderbeeld. Beide configuraties ontwikkelen zich van een globale en archaïsche structuur naar een meer complexe en veerkrachtige structuur. Wanneer in deze ontwikkeling onder- en/of overstimulatie optreedt stagneert de ontwikkeling. Hierdoor ontwikkelt het kind een trauma en/of een gevoeligheid voor het ontstaan van een trauma op latere leeftijd. Ulman en Brothers (1998) spreken van 'centraal georganiseerde fantasieën' die beschadigd raken, wat zich uit in herbelevingen, nachtmerries en zich herhalende dromen. Deze fantasieën hebben zich tijdens de ontwikkeling onvoldoende getransformeerd en zijn buiten het bewustzijn geplaatst. Het individu blijft hierdoor kwetsbaar. Wanneer een (latere) traumatische ervaring deze 'centraal georganiseerde fantasieën' beschadigt of verplettert ontstaat een trauma met de daarbij behorende psychopathologie. Volgens Lachman en Beebe (1997) leidt een traumatische gebeurtenis tot schending van verwachtingen. Dit leidt tot transformatie van het 'Zelf' of de self-state. Empirische studies naar de effectiviteit van op de zelfpsychologie gebaseerde behandelingen zijn schaars. Het is daarom moeilijk om een conclusie te trekken over de toegevoegde waarde van het gebruik van inzichten uit de zelfpsychologie bij de behandeling van trauma. Mensen met chronische PTSS lijken baat te hebben van een zelfpsychologische benadering. Mogelijk zijn de afweermechanismen bij deze mensen met chronische PTSS zo sterk (in de vorm van ontregelde affecten en dissociatie) dat ze een nieuwe confrontatie met traumatische gebeurtenissen niet kunnen hanteren. Bij deze gevallen van chronische PTSS zou eerst gewerkt moeten worden aan een stabiel 'Zelf', voordat er gewerkt kan worden aan het terughalen van traumatische gebeurtenissen, maar empirisch bewijs hiervoor ontbreekt. Daarnaast zijn er vele onduidelijkheden rond het concept van het 'Zelf', waardoor verschillende studies dit construct op verschillende wijze operationaliseren en meten. Hierdoor lijkt het vooralsnog niet mogelijk om veranderingen binnen het 'Zelf' empirisch vast te stellen. |
| Document type | scriptie |
| Download paper | |
Use this url to link to this page: http://dare.uva.nl/en/scriptie/133713
Contact us about this recordNotify a colleague
Add to bookbag
|