Search results

Query: faculty: "FMG" and publication year: "2004"

AuthorT. Brouwers
TitleEmotionele vaardigheden bij jongeren; Vergelijkend onderzoek bij jongeren in Nederland en jongeren in Nieuw Zeeland
SupervisorH.C.M. Vorst
Year2004
FacultyFaculty of Social and Behavioural Sciences
Institute/dept.FMG: Afdeling Psychologie
AbstractDit werkstukverslag beschrijft enkele vraagstellingen. De eerste betreft de betrouwbaarheid en validiteit van de meting van emotionele capaciteiten, met behulp van een vragenlijst, bij jongeren in Nieuw Zeeland. De tweede vraagstelling betreft de relatie tussen de ontwikkeling van emotionele capaciteiten en de ontwikkeling van fysieke kenmerken met het toenemen van leeftijd van jongeren. De derde vraagstelling van dit onderzoek is in hoeverre de voor Nieuw Zeeland vertaalde Emotionele Capaciteiten Vragenlijst voor Jongeren (EMOV-J) meetinvariant is ten opzichte van de oorspronkelijk Nederlandse lijst. De EMOV-J bestaat uit 108 items die elf schalen vormen. De elf schalen vormen vier dimensies van emotionele capaciteiten (affectief, cognitief, sociaal en functioneel). Aan de schalen voor emotionele capaciteiten zijn twee schalen toegevoegd betreffende sociale wenselijkheid en twee schalen betreffende het emotioneel klimaat thuis. Verder zijn diverse biografische en fysieke gegevens ingewonnen voor een schattingen van de fysieke ontwikkeling (sekse, leeftijd, lichaamsgewicht, lichaamslengte, aanwezigheid van okselhaar, ongesteldheid bij meisjes en breken van de stem bij jongens). De vragenlijst is vertaald en terugvertaald door 'native speakers'. De gegevens van 321 leerlingen (25% jongens) zijn in Nieuw Zeeland (NZ) verzameld (2003). De gegevens van 892 Nederlandse (NL) leerlingen (50% jongens) waren reeds beschikbaar (1997). De resultaten ten aanzien van de eerste vraagstelling laten zien dat de betrouwbaarheid van de schalen en dimensies aanzienlijk zwakker is voor jongeren in NZ in vergelijking met de die bij de jongeren in NL. De factorstructuur van de gegevens van NZ is enigszins vergelijkbaar met die van die van NL. Hetzelfde kan opgemerkt worden betreffende de relaties tussen de EMO-schalen enerzijds en de schalen voor sociale wenselijkheid en de schalen voor het emotionele klimaat thuis anderzijds. De resultaten ten aanzien van de relatie tussen emotionele ontwikkeling en de fysieke ontwikkeling geeft in geen van beide landen steun aan een zekere parallelle ontwikkeling die in de neurologische literatuur wordt gesuggereerd. De resultaten ten aanzien van de invariantie van de metingen in beide landen is onderzocht met behulp van tweegroepen confirmatieve factoranalyses en met name op de eerste vijf schalen waarvoor referentiemateriaal aanwezig was. Formeel gesproken bleken de vijf metingen niet invariant, de nulhypothese van geen verschil tussen beide landen moest verworpen worden. Ook op grond van de minder strenge eisen gebaseerd op de gebruikte passingsmaten moet geconcludeerd worden dat een aanvaardbare passing van het theoretische meetmodel op de empirische gegevens van beide landen niet bereikt is. Anderzijds lijken enkele van de getoetste meetmodellen geen zeer ernstige afwijkingen op het theoretisch meetmodel te laten zien. Het onderzoek in Nieuw Zeeland is uitgevoerd door leerkrachten van de school. Dat heeft bijgedragen aan enkele storende factoren. Enkele geplande afnamen hebben geen doorgang gevonden, waardoor het aantal waarnemingen veel minder was dan bedoeld. Bovendien bleek de afname op jongensscholen niet of onvoldoende te zijn uitgevoerd waardoor de sekse in de onderzoeksgroep zeer scheef is uitgevallen. Tot slot bleek dat op de onderzochte scholen een grote diversiteit aan nationaliteiten te bestaan (Aboriginals, Nieuw-Zeelanders, diverse Aziatische en Europese nationaliteiten). Uit de responsen van de leerlingen bleek dat diverse kinderen vragen niet of onvoldoende begrepen hadden. Deze bijzondere samenstelling van de scholen bleek pas achteraf en de nationaliteit van de kinderen kon niet meer worden achterhaald. Deze ongelukkige gang van zaken tijdens het veldwerk heeft bijna zeker invloed gehad op de resultaten van het onderzoek.
Document type scriptie
Download paper