Query:
faculty: "FMG" and publication year: "2004"
| Author | A. Monsieurs | | Title | Het begrip weerstand binnen de psychoanalyse, de cognitieve gedragstherapie en de cliëntgericht-experiëntiële psychotherapie |
| Supervisor | R.W. Trijsburg |
| Year | 2004 |
| Faculty | Faculty of Social and Behavioural Sciences |
| Institute/dept. | FMG: Afdeling Psychologie |
| Abstract | Deze doctoraalscriptie betreft een literatuurstudie naar het begrip weerstand binnen de therapeutische setting. Omdat er vandaag de dag veel verschillende vormen van therapie bestaan hebben wij ervoor gekozen de studie te beperken tot de psychoanalyse en psychodynamische therapie, cognitieve gedragstherapie en cliëntgericht-experiëntiële therapie. Deze worden als de drie belangrijkste vormen gezien. Binnen iedere therapeutische hoofdstroming komt weerstand voor en iedere stroming geeft een verklaring voor de door de cliënt geuite weerstand. Deze verklaringen zijn niet conflicterend en tonen in sommige gevallen opvallend veel overeenkomst. Ook de behandelingsmethodes om met weerstand om te gaan vertonen veel gelijkenis. In deze scriptie beschouwen we de drie psychotherapeutische hoofdstromingen nader met betrekking tot het begrip weerstand. Met het begrip weerstand verwijzen wij naar alle gedragingen van de cliënt die maken dat de doelstelling van de therapie niet wordt behaald. Het psychoanalytische model (hfst. 2) stelt dat de psyche is onderverdeeld in een bewust en onbewust gedeelte. Het (mentale) gedrag van mensen wordt gestuurd door de werkingen van id, ego en superego. De psychoanalyse verklaart verder dat weerstand voortkomt uit een disharmonie tussen id, ego en superego, die onbewust wordt ervaren. Deze disharmonie uit zich in (onbewuste) afweermechanismen. Een psychoanalytisch therapeut zal deze weerstand analyseren, omdat dit kan bijdragen aan de ontsluiting van de onbewuste problematiek van de cliënt. De cognitieve gedragstherapie (hfst. 3) daarentegen beschouwt het gedrag van een persoon door leerprocessen aangelegde mentale schema's. Mentale schema's ontstaan door leerprocessen en de cognitieve therapeut tracht deze inadequate mentale schema's te veranderen. Weerstand werd oorspronkelijk alléén toegeschreven aan een verkeerde houding of inschattingsfouten van de therapeut. Uit onderzoek blijkt dat dit initiële uitgangspunt te beperkt is: weerstand bij een cliënt blijkt óók voor te komen wanneer de therapeut de juiste houding heeft. De reactance theorie bleek een geschikte theorie om de weerstand te verklaren. Deze theorie gaat uit van de stelling: dat een cliënt weerstand zal ontwikkelen indien deze zich gehinderd voelt in zijn/haar vrijheid om gedrag en attituden te bepalen. Weerstand kan daarnaast ook veroorzaakt worden door onwil van de kant van de cliënt om stil te staan bij onderwerpen die emotionele pijn veroorzaken. De cliëntgerichte therapie (hfst. 4) heeft als uitgangspunt dat de problematiek van de cliënt oplost door het verkrijgen van zelfinzicht. De therapeut dient slechts een juist relationeel therapeutisch klimaat te handhaven om de cliënt bij het verkrijgen van dit zelfinzicht te begeleiden. Treedt er bij de cliënt weerstand op, dan kan dit toegeschreven worden aan de houding van de therapeut. In 1951 nuanceerde Rogers deze stelling door het begrip defensiveness te introduceren (Rogers, 1951). Hiermee bedoelt Rogers dat een cliënt weerstand zal vertonen indien zijn/haar integriteit wordt aangetast. Weerstand wordt uiteindelijk ook binnen deze laatste stroming gedeeltelijk toegeschreven aan de cliënt zelf. Zo ontwikkelde Gendlin het concept van de innerlijke criticus, een mechanisme waarmee een persoon zijn groeiproces (het organismische belevingproces) verstoort. De innerlijke criticus kan beschouwd worden als een destructieve variant van de gewetensfunctie. In de tegenwoordige cliëntgerichte therapie is weerstand zowel verbonden met de houding van de therapeut als met die van de cliënt. In hfst. 5 concluderen wij dat de opvattingen over weerstand niet meer zo divergent zijn als gewoonlijk wordt verondersteld. De convergerende opvattingen maken een eenduidige operationalisatie van het begrip weerstand mogelijk. |
| Document type | scriptie |
| Download paper | |
Use this url to link to this page: http://dare.uva.nl/en/scriptie/133728
Contact us about this recordNotify a colleague
Add to bookbag
|