Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FdR" en publicatiejaar: "2010"

AuteurE.S.O. Ismailzade
TitelDe weigeringsgronden in uitleverings/ overleveringsrecht
BegeleiderH.G. van der Wilt
Jaar2010
Pagina's42
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
OpleidingFdR MA International and European Law: Public International Law
TrefwoordenInternationaal recht; Europees recht; Overleveringsrecht
SamenvattingIn 1999 heeft de Europese Raad in Tampere besloten dat het beginsel van wederzijdse erkenning de hoeksteen moest gaan aanleggen van Europese justitiële samenwerking. De aanslagen op de Twin Towers op 11 september 2001 waren de aanleiding voor de stroomversnelling in de Europese justitiële samenwerking. Op 13 juni 2002 kwam het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel gaande over de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie tot stand. De Europese lidstaten moesten het EAB voor 1 januari geïmplementeerd hebben. Het is Nederland niet gelukt om voor deze datum het kaderbesluit te implementeren. Uiteindelijk is op 12 juni 2004 de Overleveringswet in Nederland van kracht geworden. De basis voor overlevering is het Europees aanhoudingsbevel. Het Europees aanhoudingsbevel is de schriftelijk vastgelegde beslissing van een uitvaardigende justitiële autoriteit van een lidstaat. Met dit aanhoudingsbevel verzoekt de ene lidstaat de arrestatie en de overlevering van een persoon door de uitvoerende justitiële autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie (EU). De voornaamste vernieuwingen die het EAB regime teweeg brengt, kunnen gebundeld worden rond drie lijnen: de juridisering van het overleveringregime; een nieuw samenwerkingsklimaat (wederzijdse erkenning met de noodzakelijke checks & balances) en een sneller en uniformer overleveringsregime. Het EAB heeft het mogelijk gemaakt om verdachten snel en eenvoudig tussen EU-lidstaten over te leveren. De termijn waarbinnen de lidstaat de opgeëiste persoon dient over te leveren is 60 dagen na aanhouding van de opgeëiste persoon en in uitzonderlijke gevallen 90 dagen. Vóór de implementatie van het EAB leverde lidstaat verdachten binnen de EU alleen uit op basis van een uitleveringsverdrag. De procedure tot uitlevering duurt gemiddeld negen maanden. Vanwege het EAB zijn er grote veranderingen teweeg gebracht binnen de Europees strafrechtelijke ruimte. Niet langer worden personen tussen de lidstaten van de EU uitgeleverd, zij worden nu overgeleverd volgens dit nieuwe regime. Het aantal weigeringsgronden is in het EAB tot een minimum beperkt. Daarbij komt dat aan de nationale regeringen in beginsel geen oordeel meer toekomt omtrent de overlevering aan een andere lidstaat. De nationale rechter is nu de centrale autoriteit.
Soort document scriptie bachelor
Download