Zoekopdracht:
faculteit: "FdR" en publicatiejaar: "2012"
| Auteur | L.M. Clifford Kocq van Breugel | | Titel | Het primaat van het ambtelijk apparaat? : voor effectieve parlementaire controle in de 21e eeuw |
| Begeleider | J.A. Peters |
| Jaar | 2012 |
| Pagina's | 46 |
| Faculteit | Faculteit der Rechtsgeleerdheid | | Opleiding | FdR MA Publiekrecht: Staats- en bestuursrecht |
| Trefwoorden | Publiekrecht; Staats- en bestuursrecht; Ministeriële verantwoordelijkheid; Politieke ministeriële verantwoordelijkheid; Ambtelijk apparaat; Vierde macht; Parlementaire controle |
| Samenvatting | Het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid, met name het component van de politieke verantwoordelijkheid voor het ambtelijk apparaat, is vandaag de dag niet meer weg te denken uit het politieke bestel; het vormt een van de hoekstenen van onze parlementaire democratie. Immers, door een minister te belasten met de verantwoordelijkheid voor al het bestuurlijk handelen wordt het parlement de staatsrechtelijke ingang verschaft om controle uit te oefenen op het gehele terrein van het openbaar bestuur, teneinde de volkssoevereiniteit te waarborgen. De ministeriële verantwoordelijkheid voor het ambtelijk appaaraat behelst dan ook niet alleen de plicht tot het afleggen van rekenschap en verantwoording inzake het bestuurlijk handelen, maar ook de bevoegdheid dat bestuurlijk handelen – grotendeels het handelen van zijn ambtelijk apparaat – in de door hem gewenste richting te sturen. In deze functionele verantwoordelijkheid van een minister komt zowel zijn primaat ten opzichte van het ambtelijk apparaat tot uitdrukking, als het politieke primaat van het parlement en een minister tezamen ten opzichte van het ambtelijk apparaat. De ontwikkeling van het ministersambt van een functie van ondergeschiktheid aan de vorst tot die van een zelfstandig ambt met een verantwoordingsplicht jegens de volksvertegenwoordiging, is dan ook te beschouwen als een van de belangrijkste ontwikkelingen in onze staatsrechtelijke geschiedenis.
Er is echter zodanig veel veranderd sinds het ontstaan van het leerstuk in de negentiende eeuw, dat de beoogde waarborging van effectieve parlementaire controle heden ten dage flink op de tocht is komen te staan. In de afgelopen anderhalve eeuw is de taakopvatting van de overheid sterk verruimd, waardoor het aantal beleidsmatige aangelegenheden dat onder de verantwoordelijkheid van een minister is komen te ressorteren, evenals de complexiteit daarvan, enorm is toegenomen. Dat heeft de omvang van het ambtelijk apparaat sterk doen groeien en heeft steeds meer deskundigheid geëist van de ambtenaren. Tegen deze achtergrond heeft een minister flink aan invloed moeten inboeten, terwijl het ambtelijk apparaat daarentegen juist veel invloed heeft verworven. Men is in dat kader gaan spreken van de ‘vierde macht’. De beoogde zekerheid van effectieve parlementaire controle lijkt daarmee op losse schroeven te zijn komen staan, en men kan zich dan ook afvragen of het primaat van de minister en het politieke primaat van het parlement en de minister tezamen niet zijn verworden tot het primaat van ambtelijk apparaat. Deze scriptie gaat in op de genoemde ontwikkeling en aannames. |
| Soort document | scriptie master |
| Download bestand | |
Gebruik dit adres om naar deze pagina te linken: http://dare.uva.nl/scriptie/424354
Vraag/opmerking over dit recordMail aan een collega
Toevoegen aan bewaarset
|