| Auteur | Edwin Slijkhuis | | Titel | Xenofoob, autoritair of politiek ontevreden? : het electoraat van populistisch radicaal rechts in Nederland door de jaren heen |
| Begeleiders | Tjitske Akkerman, Joost Berkhout |
| Jaar | 2012 |
| Pagina's | 91 |
| Faculteit | Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen |
| Instituut/afd. | FMG: Afdeling Politicologie |
| Samenvatting | Populistisch radicaal rechtse partijen (PRRP) timmeren nu al decennia lang aan de weg in
West-Europese landen, met wisselende successen. Waar in Frankrijk, Oostenrijk en Italië veel
winst werd geboekt, bleef deze aanvankelijk achter in Nederland. In Nederland beleefde
PRRP in 2002 met de LPF zijn werkelijke doorbraak in de politiek. Sindsdien zijn veel
onderzoeken in Nederland gericht op zowel het electoraat (de vraagzijde) als de PRRP zelf
(de aanbodzijde), maar is niet nagegaan in hoeverre de partijideologie overeenkomt met de
motieven van het electoraat.
Dit onderzoek beoogt na te gaan of de ideologie van PRRP, een combinatie van een
negatieve houding ten aanzien immigranten (nativisme), autoritarisme en populisme (Mudde,
2007: 26) op eenzelfde wijze naar voren komt in de sociaal-politieke motieven van het
electoraat van PRRP. In Mudde‘s ogen is nativisme de kern, aangevuld met autoritarisme en
ten slotte populisme. Mudde (2007) maakt zelf een vertaalslag van de drie elementen van de
ideologie van PRRP naar motieven van het electoraat. Nativisme vaart wel bij een bedreigde
nationale of etnische identiteit, autoritarisme bij zorgen over criminaliteit en populisme bij
onvrede met politieke elite (Mudde, 2007: 298).
Daarnaast zijn meerdere sociaal-structurele verklaringen van een stem op PRRP in de
wetenschappelijke literatuur te vinden. Aan de hand van één van deze verklaringen, gegeven
door Lipset (1959), kan beargumenteerd worden dat culturele tegenstellingen tegenwoordig
van groter belang zijn dan economische tegenstellingen als motief voor een stem op PRRP.
De huidige studie neemt zowel sociaal-politieke motieven als sociaal-structurele factoren in
ogenschouw als verklaring voor een stem op PRRP. De vraagstelling van deze scriptie is
tweeledig: In hoeverre onderschrijft het electoraat van de Nederlandse populistisch radicaal
rechtse partijen, Centrumdemocraten, LPF en PVV, in de periode van 1994 tot 2008 de
elementen van de ideologie van deze partijfamilie? En in hoeverre hebben in deze periode
sociaal-structurele kenmerken van het Nederlandse electoraat invloed op een stem op de
populistisch radicaal rechtse partijen?
Op basis van eerder onderzoek naar sociaal-structurele factoren en de motieven van
West-Europese electoraten, en in het bijzonder het Nederlandse electoraat van PRRP, wordt
verwacht dat een negatieve houding ten aanzien van immigranten beter een stem op PRRP
verklaart dan een autoritaire houding (hypothese 1). Verder zal deze negatieve houding ten
aanzien van immigranten ook een grotere invloed hebben op een stem op PRRP dan politieke
ontevredenheid (hypothese 2). Ook wordt verwacht dat cultureel onzekere mensen vaker
3
stemmen op PRRP dan cultureel zekere mensen (hypothese 3) en dat cultureel onzekere
mensen vaker stemmen op PRRP dan economisch onzekere mensen (hypothese 4).
Voor dit onderzoek is gebruikt gemaakt van de data van Culturele Veranderingen, een
project van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Over een periode van vijftien jaar zijn zes
waves gebruikt om het electoraat van PRRP te onderzoeken. Dit levert in totaal 13539
respondenten op. Met een logistische regressieanalyse en een aanvullende simple slope
analyse zijn de effecten van sociaal-structurele factoren en motieven op PRRP te stemmen
getoetst.
De huidige studie laat zien dat deze negatieve houding ten aanzien van immigranten
evenveel bijdraagt als politieke ontevredenheid aan de kans op om een PPRP te stemmen.
Autoritarisme blijkt een minder grote bijdrage aan deze stem te leveren, maar is toch ook een
belangrijk motief om voor een PRRP te kiezen. Dit kiezersonderzoek geeft aan dat op
geaggregeerd niveau het electoraat van PRRP niet op eenzelfde manier de partijideologie
uitdraagt. Verder wijst dit onderzoek uit dat cultureel onzekere mensen een grotere kans
hebben op PRRP te stemmen dan cultureel zekere mensen en economisch onzekere mensen.
Ten slotte blijkt de invloed van een negatieve houding ten aanzien van immigranten en
autoritarisme op de kans op PRRP te stemmen te verschillen tussen opleidingsniveaus.
In eerder onderzoek is de invloed van de drie sociaal-politieke motieven om op PRRP
te stemmen meerdere keren vastgesteld (Van der Brug e.a., 2000; Van Praag, 2003a; Van
Holsteyn & Irwin, 2003; Rydgren, 2008), maar bleek een anti-immigratie houding vaak het
sterkste effect op een stem op PRRP te hebben (Van der Brug e.a., 2000; Lubbers e.a., 2002;
Ivarsflaten, 2008a). Uit dit onderzoek blijkt echter dat een anti-immigratie houding evenveel
bijdraagt aan de kans op PRRP te stemmen als politieke ontevredenheid. De PRRP kunnen
rekenen op zowel proteststemmen als stemmen uit ideologische overwegingen (zie ook
Bélanger & Aarts, 2006).
Voor de volledigheid zou in vervolgonderzoek economische motieven van het
electoraat en verschillende contextuele factoren opgenomen kunnen worden, zodat het
partijaanbod (de ideologie) nog grondiger met de vraagzijde van PRRP (motieven van het
electoraat) kan worden vergeleken. Dit onderzoek wijst uit dat het ideologisch profiel van
PRRP op basis van partijprogramma’s niet in eenzelfde mate door het electoraat van PRRP
wordt onderschreven. Deze uitkomst laat zien dat enkel partijprogramma’s of kenmerken en
motieven van kiezers als basis voor een classificatie van PRRP niet voldoen, maar een
integratie van beiden geprefereerd zou zijn (zie ook Kitschelt, 2007). |
| Soort document | scriptie master |
| Download bestand | |
Gebruik dit adres om naar deze pagina te linken: http://dare.uva.nl/scriptie/427395
Vraag/opmerking over dit recordMail aan een collega
Toevoegen aan bewaarset
|