The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FNWI" en publicatiejaar: "1984"

AuteursJ.A.G. Groenendijk, M.J.B. Stokhof
TitelStudies on the semantics of questions and the pragmatics of answers
PromotorsR.I. Bartsch, D.F.A.K. Benthem
Datum23-11-1984
PlaatsAmsterdam
Jaar1984
Pagina's569
FaculteitFaculteit der Geesteswetenschappen
Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
Instituut/afd.FGw: Institute for Logic, Language and Computation (ILLC)
FNWI: Institute for Logic, Language and Computation (ILLC)
TrefwoordenSemantiek ; pragmatiek ; vragen ; antwoorden
Basisclassificatie17.61 pragmatiek ; 17.56 semantiek algemeen
SamenvattingStudies over de semantiek van vragen en de pragmatiek van antwoorden Dit proefschrift is een bundeling van zes studies over verschillende onderwerpen binnen de theorie van vragen en antwoorden. Het theoretisch kader wordt gevormd door de 'logische', of 'formele', semantiek, een model van taalbeschrijving waarin syntactische structuren semantisch worden geïnterpreteerd met gebruikmaking van daartoe in de logica en wiskunde ontwikkelde methoden en technieken. In de eerste studie wordt beargumenteerd waarom de bestudering van vraagzinnen en van de vraag-antwoord relatie van speciaal belang is binnen dit logisch-semantisch kader. De voornaamste reden die daarvoor wordt aangevoerd heeft een defensief karakter. De logica wordt vaak verondersteld zozeer te zijn toegesneden op bewerend of descriptief taalgebruik, dat andere vormen van taalgebruik principieel buiten haar bereik zouden liggen. Door een logisch-semantische analyse van vraagzinnen, een belangrijke niet-descriptieve taalvorm, te geven die beschrijvende en verklarende waarde heeft, kan een bijdrage worden geleverd aan de weerlegging van deze onjuiste veronderstelling. Aan de hand van een aantal algemene principes die aan het gebruikte theoretisch kader ten grondslag liggen, zoals het principe van compositionaliteit, wordt gemotiveerd waarom juist bepaalde empirische verschijnselen op het gebied van vragen en antwoorden van speciaal belang worden geacht. Vervolgens worden drie soorten theorieën vergeleken, en getoetst op hun empirische en theoretische adekwaatheid. Geconstateerd wordt dat elk van de drie zich primair richt op een bepaald gedeelte van het empirisch domein, en dat unificatie is geboden. De tweede studie betreft de semantische analyse van vraagzinscomplementen. In latere studies wordt deze overgedragen op vraagzinnen als zodanig. Beide worden opgevat als uitdrukkingen die een propositie denoteren. De propositie die een vraagzin op een bepaalde index (mogelijke wereld) denoteert, is de propositie die een bewerende zin zou moeten uitdrukken om op die index een volledig en waar antwoord te zijn op de door de vraagzin uitgedrukte vraag. De betekenis van een vraagzin is dan een propositioneel concept, een functie van indexen naar proposities, die voor elke index de propositie levert die daar een volledig en waar antwoord is. Op die manier karakteriseert de semantische inhoud van een vraagzin een heel bepaalde notie van antwoord, die van een volledig semantisch antwoord. Men kan zeggen dat, zoals de betekenis van een bewerende zin bestaat in de waarheidscondities ervan, de betekenis van een vraagzin bestaat in haar beantwoordingscondities. Zoals gezegd is de door de semantische analyse vastgelegde notie van antwoord een heel bepaalde, een standaard notie van antwoord. In de praktijk van het taalgebruik zijn vragen in verschillende situaties op vele verschillende manieren te beantwoorden. Niet elke vorm van antwoord is echter in elke situatie even adekwaat. In hoeverre dat het geval is, hangt zowel af van de semantische inhoud van een gegeven antwoord, als van de informatie die de vraagsteller in een gegeven situatie reeds ter beschikking staat. Met name in de vierde studie worden een aantal verschillende noties van antwoord gedefinieerd, die vastleggen onder welke omstandigheden welke propositie een geheel of gedeeltelijk adekwaat antwoord op een vraag is. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de pragmatische functie van vragen en antwoorden als een vorm van taalgebruik die expliciet is gericht op het vullen van leemten in iemands informatie. De resulterende abstracte semantische en pragmatische analyse van de vraag-antwoord relatie, wordt in de vijfde studie gerelateerd aan de talige middelen waarmee vragen en antwoorden tot uitdrukking worden gebracht. Daarbij worden noch 'korte' antwoorden, in de vorm van een constituent, noch 'lange' antwoorden, in de vorm van een volledige zin, gediscrimineerd. Beargumenteerd wordt dat beide soorten talige antwoordcn in gelijke mate voor hun juiste interpretatie afhankelijk zijn van de context zoals die door de vraagzin wordt geboden. Een belangrijk argument daarvoor geeft de observatie dat beide soorten antwoorden 'exhaustief' worden geïnterpreteerd, zodat een zin als antwoord op een vraag een andere betekenis kan hebben dan de gebruikelijke. Een belangrijk deel van de vijfde studie is gewijd aan het geven van een logische inhoud aan deze voor de analyse van antwoorden zo belangrijke notie van exhaustiviteit. Structurele ambiguïteiten vormen een van de voornaamste verschijnselen waarvoor een semantische theorie rekenschap moet geven. Zo hebben bepaalde vraagzinnen naast hun 'gewone' interpretatie nog andere lezingen. Voorbeelden daarvan zijn 'paar-lijst' lezingen, 'keuze-vraag' lezingen, 'noem-één' interpretaties, en 'functionele' lezingen. Dat de laatste onderscheiden lezingen vormen wordt beargumenteerd in de derde studie. De andere drie genoemde vormen van ambiguïteit worden in de zesde en laatst studie het uitvoerigst besproken. Paarlijst- en keuze-vraag lezingen worden in verband gebracht met coördinatie, respectievelijk conjunctie en disjunctie, van vraagzinnen. Een belangrijke eigenschap van keuze-vraag lezingen, die ze gemeen hebben met noem-één interpretaties, is dat vraagzinnen met een dergelijke lezing met meerdere verschillende vragen zijn geassocieerd. Degene die een antwoord wordt gevraagd wordt daarbij de keuze gelaten welke van die vragen hij of zij wenst te beantwoorden. Een juiste behandeling van dit verschijnsel vereist een uitbreiding van de analyse zoals die in de eerdere studies wordt gegeven. Getoond wordt dat de vereiste uitbreiding conservatief van aard is. De oorspronkelijke analyse blijft correct voor alle 'simpele' gevallen. En de middelen waarvan bij de uitbreiding gebruikt wordt gemaakt behelsen een standaardmethode, die ook op vele andere verschijnselen van coördinatie van toepassing is. De studies bevatten naast een informele uiteenzetting van de probleemstelling en de voorgestelde oplossing, steeds tevens een formele analyse, zoals dat in de logische semantiek gebruikelijk is.
TaalEnglish
Soort documentProefschrift
Download
Document finderUvA-Linker