Zoekopdracht:
auteur: "reinhartz, b.e."
| Auteur | B.E. Reinhartz | | Titel | JPF 2009, 23, (Verknochtheid: materiële schadevergoeding waarvoor stamrechtverzekering is aangeschaft) |
| Tijdschrift | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Jaargang | 5/2 |
| Boek/bron titel | Verknochtheid: materiële schadevergoeding waarvoor stamrechtverzekering is aangeschaft |
| Jaar | 2009 |
| ISSN | 15741388 |
| Rechtscollege | Hoge Raad |
| Faculteit | Faculteit der Rechtsgeleerdheid |
| Samenvatting | In deze zaak is er sprake van een werknemer wiens dienstverband beëindigd moet worden vanwege een burnout. De man kwam met zijn werkgever overeen dat deze een zodanige koopsom voor een stamrechtverzekering onder een verzekeringsmaatschappij zou storten zodat de man tot de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen periodieke uitkeringen ontvangt waardoor zijn inkomen wordt aangevuld tot 70% van zijn laatstgenoten salaris, en daarna een aanvulling op zijn pensioen ontvangt.
In geschil is of die aanspraken, waaronder mede begrepen de uitkeringen waartoe zij inmiddels hebben geleid, in de door echtscheiding ontbonden huwelijksgemeenschap van de man en zijn ex-echtgenote vallen.
De Hoge Raad oordeelt dat daarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen aanspraken die zien op de periode vóór en aanspraken die zien op de periode na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Deze laatste vallen, nu zij strekken tot vervanging van inkomen dat de man bij voortzetting van de dienstbetrekking na die ontbinding zou hebben genoten, evenmin in de gemeenschap als de uit een bestaande arbeidsverhouding voortvloeiende aanspraak op voor nog te verrichten arbeid te ontvangen loon. Voor de aanspraken die zien op de periode vóór de ontbinding, en waarvan de waarde in ieder geval niet meer bedraagt dan de som van de in die periode verschuldigde uitkeringen, geldt daarentegen dat zij evenals ontvangen loon in de gemeenschap vallen. Nu de vrouw het tegendeel niet heeft gesteld, moet ervan worden uitgegaan dat die uitkeringen aan beide partijen ten goede zijn gekomen, zodat ook in zoverre voor verdeling geen grond bestaat. De door het hof gegeven beslissing is derhalve, wat er ook zij van de motivering waarop deze berust, juist. |
| Soort document | Annotatie |
| Document finder |
|
Gebruik dit adres om naar deze pagina te linken: http://dare.uva.nl/record/324241
Vraag/opmerking over dit recordMail aan een collega
Toevoegen aan bewaarset
|