The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FdR" en publicatiejaar: "2011"

AuteurM. den Heijer
TitelEHRC 2011, 157, (27021/08: Al-Jedda / Verenigd Koninkrijk)
TijdschriftEHRC : European Human Rights Cases
Jaargang12
Boek/bron titel27021/08: Al-Jedda / Verenigd Koninkrijk
Jaar2011
Pagina's1896-1915
ISSN13896652
RechtscollegeEHRM
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
Instituut/afd.FdR: Amsterdam Center for International Law (ACIL)
SamenvattingTussen mei 2003 en juni 2004 wordt Irak bestuurd door de ‘Coalition Provisional Authority’. Het bestuur van Zuid-Irak valt in die periode onder de verantwoordelijkheid van het Verenigd Koninkrijk.

In een reeks afzonderlijke incidenten in Zuid-Irak in de tweede helft van 2003 verliezen zes Irakezen het leven. In drie incidenten staat vast dat de dood het directe gevolg was van schoten gelost door Britse militairen. Het vierde slachtoffer verloor het leven in een vuurgevecht tussen Britse militairen en Irakese opstandelingen. Het vijfde slachtoffer werd dood in een rivier aangetroffen, met onduidelijke toedracht. Het zesde slachtoffer overleed in de Britse militaire gevangenis in Basra.

Naar de eerste drie incidenten werd geen vervolgonderzoek door de Britse militaire autoriteiten ingesteld, omdat was geconcludeerd dat de geweldsinstructies correct waren nageleefd. Ten aanzien van het vierde en vijfde incident werd nader onderzoek verricht door de ‘Special Investigation Branche’ van de ‘British Military Police’. Ten aanzien van het zesde incident werden zeven militairen berecht door een militaire rechtbank. Eén daarvan bekende schuld aan het oorlogsmisdrijf van onmenselijke behandeling en werd gestraft met een gevangenisstraf van één jaar en ontslag uit het leger.

De Grote Kamer van het Hof concludeert dat alle zes incidenten binnen de rechtsmacht van het Verenigd Koninkrijk in de zin van art. 1 EVRM vielen en dat het Verenigd Koninkrijk een onvoldoende onafhankelijk en effectief onderzoek naar de eerste vijf incidenten had ingesteld. Daardoor is sprake van schending van art. 2 EVRM. Omdat een volwaardig en publiek onderzoek naar het zesde incident inmiddels door de Britse regering is ingesteld, verklaart het Hof de zesde klacht niet-ontvankelijk.
Soort documentAnnotatie
Document finderUvA-Linker