The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FdR" en publicatiejaar: "2011"

AuteurJ.H. de Graaf
TitelJPF 2011, 9, (rolnummer 152289/FA RK 10-995, LJN BO0326: geschil bij uitoefening gezamelijk gezag, wijziging hoofdverblijfplaats, belang kind)
TijdschriftJurisprudentie personen- en familierecht
Jaargang1
Boek/bron titelrolnummer 152289/FA RK 10-995, LJN BO0326: geschil bij uitoefening gezamelijk gezag, wijziging hoofdverblijfplaats, belang kind
Jaar2011
Pagina's32-38
ISSN15741388
Rechtscollege. Maastricht
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
SamenvattingTussen partijen zijn hier in geschil de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling tussen de minderjarige en de niet-verzorgende ouder.
Sedert het uiteengaan van partijen in 2003 heeft de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats gehad bij de moeder. De vader verzoekt thans het hoofdverblijf van de minderjarige bij hem te bepalen. De vader stelt hiertoe dat de minderjarige reeds geruime tijd een uitgesproken wens heeft om bij hem te komen wonen. De moeder bestrijdt dit als zodanig niet, doch heeft sterke twijfels aan de innerlijke overtuiging van de minderjarige met betrekking tot die wens en stelt dat deze veeleer is ingegeven door gevoelens van loyaliteit ten opzichte van de vader en het gevolg is van een structurele beïnvloeding en sturing van buitenaf. De minderjarige staat op het punt het basisonderwijs te verwisselen voor het middelbaar onderwijs.
In het kader van de mondelinge behandeling hoort de rechtbank ook de minderjarige zelf. Veel inzicht in de beweegredenen van de minderjarige verschaft dit echter niet, aldus de rechtbank. Zekerheid over de vraag of de minderjarige de gevolgen van een verhuizing naar zijn vader overziet, levert dit niet op. Een onderzoek daarnaar is naar het oordeel van de Raad voor de Kinderbescherming in dit stadium echter niet opportuun: er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen en bovendien kan de rechtbank in dit geschil in wezen geen foute beslissing nemen, zo houdt de raad de rechtbank voor. Vader en moeder zijn beiden goede ouders. Wel is het essentieel dat beiden achter de genomen beslissing staan. De rechtbank dient hier de knoop door te hakken.
Tegen deze achtergrond komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de moeder aangevoerde bezwaren van onvoldoende gewicht zijn en de wens van de minderjarige te uitgesproken is, om de situatie bij het oude te laten. Het belang van het kind vormt hierbij weliswaar niet de eerste overweging, doch wel een overweging van eerste orde, aldus de rechtbank.
De rechtbank wijst het verzoek van de vader de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen dan ook toe en stelt naar de moeder toe een even ruimhartige verblijfsregeling vast als voordien ten opzichte van de vader gold.
Soort documentAnnotatie
Document finderUvA-Linker