The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FdR" en publicatiejaar: "2007"

AuteurE. Verhulp
TitelNJ 2007, 464, (BW art. 6:162)
TijdschriftNederlandse Jurisprudentie
Boek/bron titelBW art. 6:162
Jaar2007
ISSN01650637
RechtscollegeHoge Raad (Civiele Kamer)
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
Instituut/afd.FdR: Hugo Sinzheimer Instituut (HSI)
SamenvattingPartijen zijn als vakvereniging enerzijds en als werkgeversvereniging anderzijds betrokken geweest bij het overleg over de CAO Kinderopvang 2005. Thans verweerster in cassatie, Bvok, heeft zich uit dit CAO-overleg teruggetrokken en begin 2005 met de Unie een afzonderlijke CAO afgesloten, de CAO Branche Kinderopvang Nederland (verder: CAO BKN). Thans eiseres tot cassatie, AbvaKabo, heeft Bvok verzocht om haar toe te laten tot het overleg over de noodzakelijke aanpassingen van de CAO BKN in verband met de gewijzigde wettelijke regelingen op het gebied van het ziektekostenstelsel en de prepensioenregelingen. Bvok heeft afwijzend op dit verzoek gereageerd. De vorderingen van AbvaKabo in de onderhavige procedure strekken primair tot een bevel om toegelaten te worden tot het overleg tussen Bvok en de Unie over de wijziging van de CAO BKN en subsidiair tot een gebod aan Bvok met haar overleg te voeren over de aanpassing van de arbeidsvoorwaarden van haar leden. De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen afgewezen. Hiertegen wordt in cassatie opgekomen; partijen zijn sprongcassatie overeengekomen.
Het uitgangspunt van het middel, namelijk dat een vakbond die een groot aantal werknemers in de branche vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden, in beginsel recht heeft op toelating tot CAO-onderhandelingen, heeft de voorzieningenrechter vooropgesteld en heeft hij dus niet miskend. Daarover bestaat ook geen geschil in dit geding, waarin immers vooreerst de vraag aan de orde is of dit uitgangspunt in gelijke mate heeft te gelden als het gaat om toelating van een vakbond tot overleg over de aanpassing van een reeds bestaande CAO waarbij die vakbond geen partij is. Deze vraag heeft de voorzieningenrechter in beginsel ontkennend beantwoord, maar hij heeft daarbij klaarblijkelijk niet uit het oog verloren dat niet-toelating tot dit overleg onder omstandigheden jegens een vakbond als AbvaKabo onrechtmatig kan zijn en dat dit een grond kan opleveren voor toewijzing van een van de desbetreffende vorderingen. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De vakbond die geen partij is geweest bij het afsluiten van een CAO doch wel een belangrijk deel van de werknemers in de branche vertegenwoordigt, zal weliswaar reeds op grond van het feit dat zij een representatieve partij is, belang hebben bij toelating tot collectief overleg over aanpassing van een bestaande CAO, doch zij zal toch ook duidelijk moeten maken waarom zij in afwijking van haar eerdere houding wenst deel te nemen aan dit overleg en waarom dit overleg, anders dan bij de in voorafgaande jaren gevoerde onderhandelingen het geval was, kans van slagen heeft.
Soort documentAnnotatie
Document finderUvA-Linker