The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FEB" en publicatiejaar: "2006"

AuteursM. de Graaf-Zijl, A. Heyma, T. de Hoop
TitelVan bijstand naar werk in Amsterdam: effectiviteit van reïntegratietrajecten voor de bijstandsgerechtigden in de periode 2001-2004
UitgeverSEO
PlaatsAmsterdam
Jaar2006
Pagina'svii, 48
ISBN9789067333559
SerietitelSEO-rapport
Serienummer903
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Instituut/afd.FdR: Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS)
FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
SamenvattingDit onderzoek brengt in beeld hoe in de periode 2001 tot en met 2004 de in- en uitstroom van de bijstand zich in Amsterdam hebben ontwikkeld. Hoofddoel van dit onderzoek is om te bepalen in hoeverre Amsterdam in deze periode effectief gebruik heeft gemaakt van reïntegratietrajecten. In totaal stroomden in de periode 1-1-2001 tot 31-12-2004 ongeveer 42.000 personen in Amsterdam in de bijstand. De instroom nam af van 11.500 personen in 2001 tot 7.800 personen in 2004. Dit suggereert een strengere selectie van bijstandsgerechtigden bij de aanvraag van een uitkering. Op basis van de conjuncturele ontwikkeling zouden we immers juist een toename verwachten. Jaarlijks kreeg één op de vier à vijf instromers een ontheffing van de sollicitatieplicht. Dit aandeel is gedurende de periode 2001-2004 niet veranderd.

Ruim 70 procent van de nieuwe instroom heeft binnen vier jaar de bijstand weer verlaten. Dit aandeel is veel hoger voor personen met een sollicitatieplicht (86 procent) dan onder mensen met een ontheffing (18 procent). Minder dan de helft van de uitstroom gaat naar werk. Van de mensen met een sollicitatieplicht vindt 31 procent binnen vier jaar werk en stroomt 55 procent in diezelfde periode uit om een andere reden. Zowel de totale uitstroom als de uitstroom naar werk zijn tussen 2001 en 2004 afgenomen. De uitstroomkans is het laagste voor 45-plussers, in het bijzonder 55-plussers. Ook alleenstaande ouders en personen met een niet-Nederlandse nationaliteit hebben relatief slechte kansen. Vier jaar na uitstroom is 30 procent van de personen weer terug in de bijstand. Dit aandeel wijkt weinig af van de resultaten van eerder onderzoek in Rotterdam en voor heel Nederland.

Gemiddeld hadden alle nieuw ingestroomde bijstandsgerechtigden in de periode 2001-2004 ruim 80 procent kans om binnen vier jaar een reïntegratietraject te krijgen. De inzet van reïntegratietrajecten is in de periode 2001-2004 fors toegenomen. Vooral de inzet van reïntegratietrajecten in de beginfase van de uitkering is sinds 2001 gegroeid. We zien hier duidelijk de gevolgen van de Megabanenmarkt en de Agenda van de Toekomst. Sociale activering, begeleiding, bemiddeling, doelgroeptrajecten en voortrajecten zijn de meest ingezette trajectvormen. Taaltraining, (motivatie en sollicitatie) training, scholing, vakopleiding en werkervaring worden veel minder gebruikt. 55-plussers hebben de kleinste kans op een traject. Verder zijn de verschillen in een kans op traject klein en varieert vooral het type traject per doelgroep.

Reïntegratiedienstverlening in Amsterdam heeft in de periode 2001-2004 positieve effecten gehad op de uitstroomkans van bijstandsgerechtigden. Zowel de kans op uitstroom naar werk als de kans op uitstroom om andere redenen worden verhoogd als gevolg van reïntegratiedienstverlening. De inzet van een reïntegratietraject een half jaar na de start van de uitkering verhoogt de kans om binnen vier jaar uit te stromen van 82 naar 87 procent (voor mensen met sollicitatieplicht). De inzet van een reïntegratietraject een half jaar na de start van de uitkering verhoogt de kans om binnen twee jaar werk (exclusief gesubsidieerde arbeid) te vinden van 23 naar 28 procent (voor mensen met sollicitatieplicht). De verschillen in effectiviteit tussen doelgroepen zijn klein. Trajecten lijken iets effectiever voor mannen dan voor vrouwen, voor fase 1-cliënten ten opzichte van fase 4-cliënten en relatief weinig effectief voor alleenstaande ouders. Niet alle soorten trajecten zijn even effectief. Het meest effectief zijn (motivatie- en sollicitatie-) training, taaltraining, bemiddeling en vakopleiding. Vooral doelgroeptrajecten hebben een vertragend effect voor de kans om werk te vinden
Soort documentRapport
Download
Document finderUvA-Linker