The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FEB" en publicatiejaar: "2004"

AuteursI. Groot, J.A. Korteweg
TitelHoe gaat de levensloop lopen?: litertuuronderzoek naar de nieuwe levensloopregeling
UitgeverSEO
PlaatsAmsterdam
Jaar2004
Pagina's29
ISBN9067332836
SerietitelSEO-rapport
Serienummer781
FaculteitFaculteit Economie en Bedrijfskunde
Instituut/afd.FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
SamenvattingVroeger was het leven duidelijk: de man werkte en de vrouw zorgde voor de kinderen. Na 40 dienstjaren – vaak nog bij dezelfde werkgever – mocht de man met pensioen. Momenteel werken vaak zowel de man als de vrouw. In het zogenaamde ‘spitsuur van het leven’ of ‘het gezinsdal in het inkomen’ – de periode waarin mensen moeten zorgen voor kinderen en ouders en moeten denken aan hun carrière – komen mensen tijd tekort. Om tegemoet te komen aan de veranderende levensloop van mensen heeft het kabinet de levensloopregeling geïntroduceerd.

De levensloopregeling komt per 1 januari 2006 in plaats van de verlofspaarregeling, een regeling waarmee werknemers momenteel kunnen sparen voor (langdurig) verlof. Deze regeling diende als basis voor de levensloopregeling. Tegelijkertijd met de introductie van de levensloopregeling vervallen de fiscale faciliteiten voor VUT/Prepensioen. Mensen moeten jaarlijks kiezen of zij enerzijds gebruik maken van de levensloopregeling of anderzijds van de spaarloonregeling. Ze kunnen niet gelijktijdig in een jaar voor beide regelingen sparen.

Over de behoefte van consumenten en werkgevers aan de levensloopregeling bestaan verschillende meningen. Sommigen verwachten een groot succes, anderen denken dat de levensloopregeling vrijwel alleen gebruikt zal gaan worden voor het prepensioen. Reaal wil graag meer inzicht in de voorkeuren van de verschillende groepen en heeft daarom aan de Stichting voor Economisch Onderzoek gevraagd om een literatuuronderzoek te doen waarin dergelijke vragen worden onderzocht. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn de volgende:


Het kabinet verwacht dat in 2006 1,9 miljoen werknemers zullen gaan participeren in een levensloopregeling. De verwachting van het kabinet is dat dit in 2009 gegroeid zal zijn tot 3 miljoen werknemers. Dit betekent dat dan ongeveer eenderde van de mensen die gebruik kunnen maken van de levensloopregeling daar ook gebruik van zullen maken.
In hoeverre deze verwachtingen uitkomen is onbekend. De uiteindelijke behoefte aan en het gebruik van de levensloopregeling zal afhankelijk zijn van antwoorden op de volgende vragen:
Hoe ontwikkelt zich de “concurrentiestrijd” met spaarloon?
Wat wordt er in de CAO afgesproken over de levensloopregeling?
Gaan de werkgevers bijdragen leveren aan de levensloopregeling?


Uit verschillende studies blijkt dat de kans aanzienlijk is dat het gros van de deelnemers aan de levensloopregeling het gespaarde geld willen gaan inzetten om eerder te kunnen stoppen met werken. Het kabinet verwacht dat 80 procent van de deelnemers aan de levensloopregeling alleen zullen sparen voor het eerder kunnen stoppen met werken. Sparen voor sabbaticals, zorgverlof en calamiteitenverlof vinden mensen minder aantrekkelijk.
Het gebruik van vrijkomende prepensioengelden ten gunste van de levensloopregeling is grotendeels afhankelijk van afspraken die sociale partners daarover gaan maken.
De anticumulatiebepaling met de spaarloonregeling wordt in het algemeen als hinderlijk en schadelijk beschouwd voor de levensloopregeling.
Soort documentRapport
Document finderUvA-Linker