The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FEB" en publicatiejaar: "2004"

AuteursM. Biermans, J.A. Korteweg, M.J. van Leeuwen
TitelDe keuze voor bèta/techniek: kwantitatieve analyse van de keuze voor bèta/techniek op basis van TKMST-data
UitgeverSEO
PlaatsAmsterdam
Jaar2004
Pagina's42
ISBN90677332593
SerietitelSEO-rapport
Serienummer721
FaculteitFaculteit Economie en Bedrijfskunde
Instituut/afd.FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
SamenvattingHet ministerie van OCW heeft recent enkele focusgroepen georganiseerd, waarin bij leerlingen en studenten is gevraagd naar de keuze van bèta/techniek. Hieruit komen voor het ministerie interessante inzichten naar voren. Het ministerie is echter ook op zoek naar een meer kwantitatieve onderbouwing bij de verworven inzichten uit de focusgroepen. Daarbij moet aandacht worden geschonken aan sociaal-economische kenmerken (met name geslacht en etniciteit) en de profielkeuze in het voortgezet onderwijs. In dit onderzoek wordt aan de hand van gegevens uit de TKMST-monitor van Aromedia en de Stichting voor Economisch Onderzoek deze kwantitatieve onderbouwing gegeven.

Profielen

Sinds enkele jaren moeten havo- en vwo-leerlingen een profiel kiezen: natuur&techniek (N&T) natuur&gezondheid (N&G), economie&maatschappij (E&M), cultuur&maatschappij (C&M). Om voldoende instroom in bètastudies te genereren moeten derhalve voldoende leerlingen kiezen voor het kwalificerende profiel natuur&techniek of natuur&gezondheid. In de periode 1998-2003 is er op havo-niveau sprake van een afname van de groep eindexamenleerlingen met het profiel N&T of N&G. In 1998 koos 22% voor het profiel N&T, terwijl in 2003 dit nog maar 13% was. Gedurende dezelfde periode is het percentage leerlingen met het profiel N&G echter gestegen van 14% naar 17%. Op het vwo is er een stijging te zien van het percentage eindexamenkandidaten met een kwalificerend profiel van 44% naar 45%. Ondanks deze toename is ook hier een duidelijke afname te zien van het percentage leerlingen met het profiel N&T, van 28% naar 18%. De populariteit van het profiel N&G is net als onder havisten aanzienlijk toegenomen van 16% in 1998 naar 27% in 2003. Door het koppelen van de persoonskenmerken aan de profielkeuze is het mogelijk om een beeld te schetsen van welke scholier de richting bèta/techniek kiest. De in het rapport weergegeven resultaten gelden voor het jaar 2003. Niet verrassend vormen jongens de overgrote meerderheid van de scholieren die voor N&T kiezen. Voor het profiel N&G geldt dat de meerheid uit vrouwen bestaat. Wanneer de etniciteit wordt bepaald aan de hand subjectieve criteria blijkt dat binnen de groep scholieren die het profiel E&M kiezen procentueel de grootste groep allochtonen is te vinden.

Bèta en techniek

De profielkeuze wordt pas echt interessant wanneer er ook wordt gekeken naar de opleidingskeuze. Het merendeel van alle eindexamenleerlingen is van plan om verder te studeren. Opvallend is dat dit onder leerlingen met het profiel N&T iets minder vaak het geval is dan bij de overige leerlingen. Op havo-niveau geldt dat de meerderheid van de leerlingen met een bètaprofiel (N&T of N&G) voor een bètastudie kiezen. Van de leerlingen met het profiel N&T gaat 69% een harde bètastudie en 7% een zachte bètastudie volgen op hbo-niveau. Onder de havisten met het profiel N&G is dit respectievelijk 15% en 45%. Van de vwo-leerlingen die een N&T profiel hebben gekozen en die hun opleiding op hbo-niveau willen voortzetten kiest 42% voor een harde bètastudie en 5% voor zachte bètastudie. Onder vergelijkbare leerlingen maar dan met het profiel N&G is dit respectievelijk 16% en 43%. Van alle leerlingen in vwo-6 met het profiel N&T heeft 59% aangegeven een harde bètastudie te willen volgen op wo-niveau. Iets minder dan één vijfde van de vwo-eindexamenleerlingen wil een zachte bètastudie gaan volgen. Van de vwo-leerlingen met een N&G profiel wil 12% een harde bètastudie en 62% een zachte bètastudie volgen aan de universiteit. Bij de overige twee profielen is maar weinig animo te zien om een academische bètastudie te volgen.

Met behulp van een logit-analyse voor havo- en vwo-eindexamenleerlingen is de kans berekend op het kiezen voor een bètastudie, ten opzichte van de keuze voor een niet b
Soort documentRapport
Document finderUvA-Linker