The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Zoekresultaten

Zoekopdracht: faculteit: "FEB" en publicatiejaar: "2004"

AuteursM. de Nooij, C.C. Koopmans
TitelSecond opinion bij de toetsing spoorwegprojecten
UitgeverSEO
PlaatsAmsterdam
Jaar2004
Pagina's27
SerietitelSEO-rapport
Serienummer722
FaculteitFaculteit Economie en Bedrijfskunde
Instituut/afd.FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
SamenvattingOm de betrouwbaarheid van het spoor te verbeteren worden forse investeringen in het bestaande spoorwegnet voorgesteld. In het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) zijn middelen vrijgemaakt voor een deel van deze voorstellen. Daarnaast heeft de spoorsector zelf een plan geschreven om de kwaliteit van het spoor te verbeteren: Benutten en Bouwen (B&B) . Beide plannen identificeren diverse projecten, waarbij de uitvoering van alle plannen meer kost dan er financiƫle middelen beschikbaar zijn. Daarom moet worden gekozen tussen de mogelijke investeringen.

Omdat deze investeringen gedaan worden met publiek geld is het verstandig om te kijken wat de samenleving aan deze investeringen heeft. In 2000 is in opdracht van de ministeries van V&W en EZ een leidraad geschreven waarin staat waar een goede evaluatie van infrastructuurprojecten moet voldoen. Deze staat bekend als de OEI leidraad (zie Eijgenraam et al., 2000). Voor Benutten en Bouwen is een dergelijke maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uitgevoerd.

Voor afzonderlijke projecten binnen het MIT en Benutten en Bouwen hebben NS, Prorail en Railion een toetsingskader ontwikkeld, waarmee een vereenvoudigde kosten-batenanalyse per project is uitgevoerd. In totaal zijn 70 verschillende projecten op deze manier geanalyseerd en geprioriteerd.

Het huidige onderzoeksrapport geeft een second opinion over het toetsingskader en de prioritering. Daarbij hebben we ons met name gericht op de volgende twee vragen:

Is de methodiek van de vereenvoudigde kosten-batenanalyse geschikt.Hierbij gaat het met name om de volgende subvragen : a) sluit de methodiek voldoende aan bij de OEI-leidraad en op welke punten is verbetering mogelijk? b) geeft de methodiek een goede benadering van de verhouding tussen de totale kosten en baten en welke eenvoudige verbeteringen lijken mogelijk? Het gaat hierbij om de volledigheid van de effecten en de opzet van de berekeningswijze per effect.
Is de methodiek voor kosten-batenanalyse correct toegepast?
Naast een vergelijking van Toetsing spoorprojecten met de OEI-aanpak, hebben we ook de ervaring met eerdere kosten-batenanalyses en verkorte projectbeoordelingen (m.n. voor de ICES) gebruikt bij het opstellen van dit rapport.

Onderzoeksaanpak

Bij de uitvoering van dit onderzoek zijn een aantal stappen doorlopen. Als eerste zijn de stukken grondig (inclusief de input voor de projecten) doorgelezen en is een lijst van vragen en mogelijke kritiekpunten en verbeteringen opgesteld. Deze vragen en mogelijke kritiekpunten zijn vervolgens besproken met de opsteller van de Toetsing spoorprojecten. Vervolgens hebben we de achterliggende spreadsheets bestudeerd. Het algemene deel van de spreadsheets is in zijn geheel bestudeerd. Van de projecten is een steekproef van drie projecten genomen, die in detail geanalyseerd zijn. Dit heeft nieuwe vragen opgeleverd, die wederom met de opsteller van de Toetsing spoorprojecten zijn besproken. Vervolgens is een concept rapport opgesteld, nadat dit besproken is, is een definitief rapport geschreven.
Soort documentRapport
Document finderUvA-Linker