The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Search results

Query: faculty: "FEB" and publication year: "2005"

AuthorsP. Berkhout, D. de Graaf, M. van Leeuwen
TitleTerug naar meer? Langere werkweek in de collectieve sector
PublisherSEO
PlaceAmsterdam
Year2005
Pagesii, 44
ISBN9067332941
Title seriesSEO-rapport
Series number790
FacultyFaculty of Economics and Business
Institute/dept.FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
AbstractDoor de vergrijzing in Nederland ontstaat in de toekomst mogelijk een tekort aan personeel, naar verwachting met name in het onderwijs en de zorg. Verlenging van de werkweek kan een middel zijn om bestaande en te verwachten arbeidsmarktknelpunten te beperken. In de meeste bedrijfstakken wordt door middel van de CAO een maximum opgelegd aan de standaard werkweek. Dit maximum hoeft uiteraard niet overeen te komen met de ideale lengte van de werkweek van individuele werknemers. Tegen betaling - tegen het huidige uurloon - zou een deel van hen misschien best langer willen werken, maar ondanks dat de CAO de mogelijkheid openlaat om langer te werken, houden veel werknemers vast aan de standaardwerkweek zoals die in de CAO is bepaald. Deze omvang is gemeengoed geworden. In hoeverre een verlenging effect sorteert hangt mede af van individuele verschillen in de afweging van werk versus vrije tijd. Met behulp van een vignettenanalyse is dit onderzocht. Ongeveer 3 duizend werknemers in de collectieve sector hebben via Internet een vragenlijst ingevuld. De verzamelde gegevens zijn gebruikt om met behulp van een econometrisch model de effecten van een werkweekverlenging te berekenen.

Arbeidsaanbod zonder urenrestricties
Uit het model blijkt dat een flink deel (57%) van de werknemers in de collectieve sector bereid is om meer uren te gaan werken. De bereidheid onder deeltijders is veel groter dan onder voltijders. De uitkomsten suggereren dat als de werknemers in de collectieve sector een verborgen arbeidsreserve herbergen, die vooral moet worden gezocht bij de deeltijders. Zij willen in groten getale langer werken, maar worden kennelijk beperkt door een tekort aan deeltijdbanen van de juiste omvang.

Uit de berekeningen blijkt verder dat circa één op de drie voltijders in de collectieve sector bereid is meer uren te werken. Het betreft 290 duizend werknemers die gemiddeld zo’n 7 uur per week bereid zijn meer te werken. Zij vertegenwoordigen daarmee een verborgen arbeidsreserve van ruim 50 duizend fte’s. Een aantal opmerkingen is bij deze uitkomsten op zijn plaats. Zo zijn de genoemde aantallen bovengrenzen. Van belang is tevens dat een eventuele uitbreiding van de werkweek gepaard gaat met een evenredige uitbreiding van het takenpakket. Blijft dit achterwege, dan doet onbetaald overwerk een deel van het effect teniet, omdat werknemers dan de mogelijkheid wordt aangereikt hun onbetaalde overuren uitbetaald te krijgen. Thans werken voltijders in de collectieve sector gemiddeld 2 uur onbetaald over. Vooral in het onderwijs worden veel onbetaalde overuren gemaakt. Tot slot moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de productiviteit in de extra uren lager is.

De bereidheid van voltijders om meer uren te werken is het grootst in de sector veiligheid, bij jongere werknemers, bij werknemers met een hogere opleiding dan het vmbo en bij werknemers die in hun huidige situatie vijf dagen per week werken. De belangrijkste reden om niet meer uren te werken is bij bijna drie kwart van de voltijders ‘behoefte aan vrije tijd’. Bij deeltijders noemt ongeveer de helft deze reden. Bij hen is ‘gezinszorg’ ook een belangrijke factor – ongeveer een derde geeft dit aan als reden.

Effect prikkels op tevredenheid werk
In het onderzoek is het effect van vier prikkels op de tevredenheid over de werksituatie bekeken. Van deze prikkels worden de mogelijkheid tot thuis werken en een door de werkgever gefinancierde huishoudelijke hulp het meest gewaardeerd. De mogelijkheid tot vervroegd pensioen wordt een stuk minder aantrekkelijk gevonden. Dit geldt in nog sterkere mate voor het aanbieden van kinder- en naschoolse opvang. De reden hiervoor is wellicht dat niet iedereen er gebruik van kan maken. Specifieke groepen werknemers – bijvoorbeeld jongeren en werknemers met kinderen – zijn uiteraard wel zeer te spreken over deze regeling. Het effect van de prikkels verschilt tussen de sectoren. Werknemers in de sector veiligheid beoordelen thu
Document typeReport
Document finderUvA-Linker