The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Search results

Query: faculty: "FEB" and publication year: "2004"

AuthorsA. Heyma, E. Berkhout, W. Salverda, M. Biermans
TitleBeloningsverschillen tussen de marktsector en collectieve sector in 2001: eindrapport
PublisherSEO
PlaceAmsterdam
Year2004
PagesXII, 112
ISBN9067332739
Title seriesSEO-rapport
Series number764
FacultyFaculty of Law
Faculty of Economics and Business
Institute/dept.FdR: Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS)
FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
AbstractAl sinds het midden van de jaren tachtig vormen beloningsverschillen tussen de marktsector en de collectieve sector onderwerp van discussie. Tot 1982 waren de lonen in de collectieve sector ‘gekoppeld’ aan de lonen in de marktsector. In de praktijk kwam dat neer op een loongroei die in de collectieve sector slechts licht achterbleef bij die in de marktsector. Algemeen wordt verondersteld dat sinds het afschaffen van die directe koppeling de lonen in de collectieve sector sterker zijn achtergebleven bij die in de marktsector. In dit rapport beschrijven we de resultaten van een onderzoek naar beloningsverschillen tussen de marktsector en de collectieve sector. Dat onderzoek is uitgevoerd op basis van bruto uurlonen in 2001 volgens het loonbegrip van de Sociale Verzekering, exclusief de beloning voor overwerk, maar inclusief alle eenmalige beloningen. We gebruiken uurlonen om het loon van banen met verschillende uren met elkaar te kunnen vergelijken. Er is gekozen voor het jaar 2001, omdat de voor dit type onderzoek benodigde individuele gegevens binnen een voldoende grote steekproef van het werknemersbestand in zowel de markt als de collectieve sector niet voor een nog recenter jaar beschikbaar waren.

Verschillen in de samenstelling van werknemerspopulaties

Beloningsverschillen tussen (sub)sectoren en taakvelden hangen af van de typen werknemers die er werkzaam zijn. Hoog opgeleide werknemers krijgen over het algemeen meer betaald dan laag opgeleide werknemers. Daarom gaat dit rapport in op verschillen in samenstelling van de werknemerspopulaties tussen beide sectoren die leidt tot verschillen in de gemiddelde beloning. Er wordt gevonden dat bruto uurlonen het sterkst stijgen met de leeftijd en het opleidings- en beroepsniveau van werknemers. Zo verdienen werknemers met een wetenschappelijke opleiding en een wetenschappelijk beroepsniveau in beide sectoren ongeveer anderhalf (rond de 20 jaar) tot twee en een half keer zoveel (rond de 55 jaar) als werknemers met alleen lagere school, werkend op een lager beroepsniveau. Daarnaast worden vrouwen in beide sectoren minder goed betaald dan mannen, maar vooral in voltijdbanen. Anciënniteit zorgt naast leeftijd voor een groei van de beloning met ongeveer 0,6 procent per jaar. Leidinggevenden worden met 24 tegen 10 procent beloningsvoordeel ten opzichte van technische beroepen vooral beter betaald in de marktsector. De vergoeding voor onregelmatige diensten is met 11 tegen 6 procent weer beter in de collectieve sector. Verder bestaat er een lichte groei in beloning naarmate het bedrijf of de organisatie waar de werknemer werkzaam is groter is. Allochtonen volgens de Wet SAMEN hebben in beide sectoren een beloningsnadeel. Deze is met 9 tegen 7 procent groter in de collectieve sector dan in de marktsector.

In ons onderzoek zijn we echter op zoek naar verschillen in beloning voor hetzelfde type werknemer in beide sectoren, verschillen dus die niet kunnen worden verklaard uit samenstellingseffecten. Bij het vaststellen van deze zuivere of onverklaarde beloningsverschillen wordt daarom gecorrigeerd voor de gevonden verschillen in de samenstelling van de werknemerspopulaties in de markt en collectieve sector. De achterliggende veronderstelling is dat de wijze waarop de beloning, al dan niet terecht, afhankelijk is van een aantal kenmerken, gelijk zou dienen te zijn voor beide sectoren om een vergelijkbare concurrentiepositie op de arbeidsmarkt te bereiken. We abstraheren daarbij van secundaire arbeidsvoorwaarden.

Beloningsverschillen gecorrigeerd voor samenstellingseffecten

Het onverklaarde beloningsverschil tussen de markt en collectieve sector, gecorrigeerd voor samenstellingseffecten, blijkt voor de collectieve sector als geheel vrijwel nihil te zijn. Dit geldt echter niet voor alle taakvelden van de collectieve sector of ten opzichte van alle subsectoren van de markt. Tussen taakvelden onderling bestaan grote gecorrigeerde beloningsverschillen ten opzichte van de marktsector, di
NoteAanwezig in universiteitsbibliotheek UvA
Document typeReport
Document finderUvA-Linker